Jean Jacques Renier

Geboren 3 februari 1747, Jupille

Gestorven 16 maart  1815, Maastricht

Biografie

Jean-Jacques Renier werd op 3 februari 1747 geboren in Jupille bij Luik als zoon van Jacques Renier en Anne-Marie Damry, die woonden tegenover het convent van de Begijnen. Hij kreeg zijn opleiding in Luik aan het collegiale van Saint-Barthélemy. Renier kreeg aansluitend een beurs van de Fondation Darchis in Rome. Deze beurs stelde hem in staat in de periode 1771-1774 in Rome een muzikale studie te volgen. Hij kreeg daar compositielessen bij Grégroire Ballabene, een Romeins musicus gestorven rond 1800. Na terugkeer in Luik in 1774 werd hij kapelmeester aan de Saint-Barthélemy.

In de Gazette de Liège van 17 april 1786 verscheen het bericht dat aan de Sint Servaas in Maastricht een de post van Maître de Musique vacant was. Sollicitanten moesten priester zijn. Renier was dit nog niet, maar wilde dit wel worden. Op 12 mei 1786 werd hij benoemd tot kapelmeester van de Sint Servaas. Op 8 april 1787 celebreerde hij aldaar zijn eerste mis. François Thielen  schreef een gedicht bij gelegenheid van deze intrede in het priesterschap.

Tot de opheffing van het kapittel in november 1797 was hij daar in dienst. Van de Franse overheid kreeg hij toen een pensioen, waarvan hij als ambteloos burger kon leven.

Met de oprichting van het ‘Genootschap van den Heiligen Caecilia’ in 1803 kwam het kerkelijke en muzikale leven in de Nicolaaskerk, de parochiekerk van het collegiale van O.L.V., weer op gang. Werkzaam in die periode waren organist François Rutten (tot 1806) en oud-zangmeester van de O.L.V. Casparus Otzeling. In 1808 werd een beroep gedaan op ‘Renier oud sangmeester van Sint-Servatius’. Renier nam de functie niet aan. In 1812 werd het ambt van zangmeester verdeeld over vier personen waaronder Renier. Deze schijnt deze gedeelde taak op zich genomen te hebben tot zijn dood op 16 maart 1815 in Maastricht.

Werken

Manuscript

Maastricht RHCL, archief 21.210C muziekbibliotheek van de Sint Nicolaas-kerk, Maastricht

Collectie B

020 Alma Redemptoris (Bes) – soli S B, koor, orkest

024 Te Deum laudamus (D) – soli S A T B, koor, orkest

136 O sacrum convivium (D) – koor, orkest

173 Alma Redemptoris (Es) – soli BB, orkest

259 Te Deum (D) – koor, orkest

435 Adoro Te (C) – koor, 2 hoorns, vc/cb, orgel, 2 vi?

436 Sacris Solemnis (Es) – koor, orkest (incompleet)

614 Te Deum (D) vgl. 259 en vgl. ook Collectie C 0009/16

Collectie C

0954 Te Deum laudamus (D) (incompleet)

Liège Bibliothèque du Conservatoire

43624 Adoro te – koor, orgel

43625 Alma Redemptoris (Es) – B B, orkest

43626 Magnificat (C) – koor, orkest

43627 Te Deum (C) – koor, orkest

43628 De Torrente – zangstem, 2 vi, orgel, bas

Druk

Quatre Symphonies dédiées à la Société d’Emulation de Liège, pour 2 violons, alto, basse, 2 hautbois, 2 cors et timbales. Liège : B. Andrez ; auteur ; Latour. [circa 1785]
RISM R 1165a. Stemmen
Exemplaar : Liège Bibliothèque du Conservatoire 28778, 29600

Deux Ouvertures à grand orchestre, dédiées à Mr. Le Baron de Geusau.
À Mastricht, chez l’auteur, sous les Encloitres de St. Servais ; Liège , chez Mll. J. Andrez ; Paris, chez les principaux Marchands de Musique [tussen 1804 en 1810]
2 violons, alto et basse,  2 flûtes, 2 clarinettes, 2 fagotti, 2 cors, trombone et timbale
RISM R 1165. Partituur en stemmen.
Exemplaar : Brussel Bibliothèque du Conservatoire 8133; Liège Bibliothèque du Conservatoire 28777, 29599